De Groninger Blaarkop

Informatie Nederlandse Runderrassen

Rasbeschrijving, oorsprong van het ras en definitie stamboek
De Groninger Blaarkop is een oud Nederlands ras waarvan de eerste beschrijvingen dateren uit de veertiende eeuw. In het begin van de 20ste eeuw kwam de Blaarkop vooral voor in Groningen en in de Rijstreek tussen Leiden en Utrecht. De Blaarkop is een ras dat goed als dubbeldoel, dwz voor melk en vlees, gehouden kan worden (in 1906 werd een verhouding melk -vleestype vermeldt van 60%-40%). Het is een stevige, solide en evenredig gebouwde koe met een gepaste bespiering. De kleur is egaal zwart of rood met een witte kop, een witte buik oplopende tot de hals en een witte staartpunt. Rondom de ogen zijn zwarte of rode "blaren" gevormd die vast mogen zitten aan de hals (vaste blaren) of geheel los liggen (losse blaren). De benen zijn liefst gekleurd met witte sokken tot de kogels, de voorbenen met wit op klauwspleet en in de kootholte. Vanaf de jaren 60 kwamen de roodblaren opzetten. De zwarte kleur komt nu nog bij 20% van de dieren voor. Vrouwelijke blaarkoppen zijn tussen de 130 en 135 cm hoog en wegen ongeveer 550 kg en mannelijke dieren zijn tussen de 145 en 151cm hoog en wegen ongeveer 850 kg. Verder staan Blaarkoppen bekend als vee met stevig droog beenwerk, goede harde klauwen, een goed uier en een hoog eiwitgehalte in de melk.

Poster: Veeteelt Gemaakt in opdracht van de Blaarkop Stichting



Historische data: aantallen van 1975 tot nu
Midden jaren zeventig oriënteerden jonge ondernemende boeren zich in de Verenigde Staten op het gebied van de Holsteins Friesians. Door het inkruisen van Blaarkoppen met HF-bloed werd de productie verhoogd en de blaarkopaftekening bleef nog enige generaties behouden. De soberheid en duurzaamheid van de Blaarkoppen hebben nooit ter discussie gestaan. Echter, het gebrek aan genetische aanleg voor een hoge melkproductie heeft de Blaarkop tot het werkgebied van de zeldzame huisdierrassen gebracht. Op 1 oktober 1986 is het Blaarkop Rundvee Syndicaat (BRS) opgericht. Het BRS zorgt ervoor dat er genoeg rode- en zwarte blaarkopstieren middels KI beschikbaar zijn. In 1986 lag de Blaarkoppopulatie rond de 20.000 raszuivere dieren. In 1999 waren er volgens de tellingen van het NRS nog 830 raszuivere (87- 100%) dieren over. In 2004 waren er nog maar 1321 raszuivere dieren over en op dit moment is de tendens van de populatie stabiel.

Vergelijking met Holstein Friesian.
Wanneer we de melkproductie van Blaarkoppen vergelijken met Holstein Friesians (zwartbont en roodbont) zien we behoorlijke verschillen. Bijvoorbeeld in 2006 lag de gemiddelde melkproductie van een Blaarkop op 5.875 kg melk per 305 dagenproductie. De zwartbonte HF koeien daarentegen produceerde 8.668 kg melk per 305 dagenproductie. Dit is een verschil van bijna 3000 kg melk.
Blaarkop heeft een kortere melkproductieperiode dan de HF (312 dagen t.o.v 354 HF zwart en 341 dagen HF rood), het aantal geslaagde eerste inseminaties ligt hoger en de tussenkalftijd is korter. Het eiwit- en vetpercentage ligt bij de blaarkoppen hoger dan bij de HF. Het hogere eiwitgehalte levert een iets hogere kiloprijs op, het vetpercentage is echter gequoteerd, dus daar moet een optimum gezocht worden.

Lactatie Nederlandse stamboekkoeien: Rasgemiddelden periode 1 september 2005 - 31 augustus 2006.
Rasgroep Aantal koeien Dgn. Kg. Melk % vet % eiwit Kg. Vet Kg eiwit Kg v+e EJR
HF zwartbont
lactatie gem. 537.284 354 9562 4.35 3.49 417 334 751 2105
305 dgn prod.   305 8668 4.30 3.45 373 299 672  
HF roodbont
lactatie gem. 72.660 341 8490 4.54 3.57 386 303 689 2001
305 dgn prod.   305 7925 4.50 3.53 356 280 636  
Blaarkop
lactatie gem. 573 312 5956 4.42 3.60 263 214 477 1499
305 dgn prod.   305 5875 4.41 3.59 259 211 470